Het spoorloze graf van een geheimzinnig oorlogsslachtoffer

Het einde van de Tweede Wereldoorlog is in zicht als de 30-jarige Toon Kops samen met zijn achterbuurman vanuit Alkmaar naar Wieringermeer vertrekt. Het zou een tocht zijn waarvan hij nooit meer zou terugkeren. Ruim zeventig jaar later bestaan er bij zijn dood meer vraagtekens dan antwoorden.

Via de Werkgroep Vermiste Personen Tweede Wereldoorlog kom ik in contact met Claudien. Het was haar opa die op 27 maart 1945 samen met Jacob Slagter in koelen bloede door de Duitsers werd gedood, op het erf van een boerderij in de Wieringerwaard. “Ze zijn in de rug geschoten en in een greppel achtergelaten”, vertelt ze per e-mail. “Er gaan verhalen dat ze in het verzet zaten, maar of dat ook daadwerkelijk zo is? Daar zijn we nog niet achter gekomen. Mijn moeder heeft haar vader nooit gekend, want ze was net 1 jaar oud toen hij werd vermoord. De familie liet zich weinig tot niet uit over wat er precies gebeurd was. Dat is heel kenmerkend voor die generatie, maar voor mijn moeder een ondraaglijk iets.”

“Ze zijn in de rug geschoten en
in een greppel achtergelaten”

Niet alleen wat er zich precies op die dag afspeelde bleek een mysterie, ook wat er vervolgens met het lichaam van Toon Kops is gebeurd zou decennialang een vraagteken blijven. Claudien vervolgt: “Mijn moeder wist wel dat haar vader in een tijdelijk graf in de Wieringerwaard was begraven en erna is herbegraven, maar het grote vraagstuk was: waar? Nergens was correspondentie of informatie te vinden. Van begrafenisondernemer tot kerkarchieven, van het Koninklijk Archief tot de burgerlijke stand, van gemeentearchief tot ‘mensen die er iets van af weten’; niemand kon uitsluitsel geven. Als je je vader niet bewust hebt gekend en je hebt ook geen plek waar je afscheid kan nemen, dan is dat een leegte en een vraagstuk dat altijd blijft doorsudderen.”

Weinig tastbare herinneringen

Claudien nodigt me uit om samen met haar moeder Ank Kops over het voorval en hun ruim twintig jaar lange zoektocht naar antwoorden te praten. Eenmaal aangekomen in het Noord-Hollandse Bergen word ik met luid geblaf onthaald door een ietwat intimiderend ogende, maar vriendelijke herdershond. “Hij doet niks hoor”, verzekeren Claudien en Ank me. Zodra de viervoeter weer tot bedaren is gekomen gaan we zitten.

Paspoort van toon kops

“Dit is alles wat we van mijn opa hebben”, zegt ze, terwijl ze een handje vol documenten op tafel legt: zijn paspoort, rijbewijs, een ingelijste foto van hem en zijn vrouw en de rouwadvertentie. “Het is maar goed dat hij dit allemaal thuis heeft gelaten, want anders hadden we niks”, verzucht Ank. “Alles wat hij bij zich droeg hebben ze gepikt. Zijn trouwring, zijn horloge, alles.”

Een saillant detail van het paspoort van Kops is een stempel van de Landbewirtschaftungsgesellschaft Ukraine (LBGU). De LBGU werd in 1942 door de Duitsers opgericht om de landbouw in het bezette Oekraïense deel van de Sovjetrepubliek uit te buiten en de opbrengsten ter beschikking te stellen aan de Wehrmacht en de Duitse bevolking. De stempel wijst erop dat Toon Kops halverwege de oorlog naar Oekraïne is afgereisd.

Het paspoort van Toon Kops met daarin een stempel van de Landbewirtschaftungsgesellschaft Ukraine“Dan denk je: waarom is hij daar naartoe gegaan?”, vraagt Claudien zich af. “Heulde hij met de Duitsers? Als het zo is, dan is het gewoon zo. Maar dan moeten we het wel weten.” Ank vult aan: “Hij heeft daar dingen gezien, waardoor hij er nooit meer heen wilde. Hij was gek van autorijden, dat was helemaal zijn ding. Hij is er onder valse voorwendselen naartoe gegaan, want hij gaf zich uit als timmerman. Nou, hij kon nog geen spijker in de muur slaan. Maar die vrachtwagen die ernaartoe ging, dat was zijn ding.”

Antonius Johannes Kops werd op 28 juni 1914 geboren in de Zuid-Hollandse plaats Lisse. Verder weet Ank maar weinig over hem. “Ik weet dat hij uit een groot gezin kwam en zijn vader ook heel jong overleden is”, vertelt ze. “Hij hield van het avontuur, ik denk dat hij daarom naar Oekraïne ging. Maar verder werd er in de familie niet over gepraat, dus ik heb geen idee hoe hij zich zou hebben ontplooid. Soms zou ik het wel prettig vinden als ik meer zou weten over zijn karakter. Maar wat je niet weet, daar kan je over dubben, je krijgt toch geen antwoorden. Dus, laat maar.”

‘Waar is het pistool?’

De ochtend na de dood van Toon Kops, klom het hoofd van het Alkmaarse verzet bij Ank en haar moeder door het raam. “Ik weet het nog precies”, vertelt ze. “Hij had een lange leren jas aan en droeg een grote zwarte hoed, als een soort Zorro. Hij kwam ons vertellen dat mijn vader was neergeschoten en vroeg vervolgens waar zijn pistool was, want dat had hij niet bij zich. Maar daar wisten we niks vanaf. Ik weet niet of hij nou een pistool had of niet, maar die man kwam er dus wel naar vragen.”

Volgens Claudien zou dit een aanwijzing kunnen zijn dat haar opa voor het verzet actief is geweest. “Het is een aanname, maar als hij een pistool heeft gehad dan is dat waarschijnlijk ook van het verzet geweest. Anders komt iemand van het verzet daar niet om vragen.”

Het bestaan van het pistool is niet bevestigd, dat is in ieder geval nooit teruggevonden. “We hoopten eigenlijk dat er in het huis waar mijn ouders woonden nog iets te vinden zou zijn”, zegt Ank. “Ze hadden een behoorlijk lange gang met twee gaten in de vloer. In het ene gat mocht ik op een gegeven moment best kijken, maar het andere gat, daar mocht ik niet komen. Later dacht ik: zou daar dat pistool dan onder hebben gelegen? Toen het huis werd verkocht en gestript heb ik de nieuwe eigenaars gevraagd of ze ooit iets hadden gevonden in de kruipruimtes. Maar nee.”

De schrik van Wieringermeer

In de weken na de bewuste 27 maart hebben de (regionale) kranten, voor zover bekend, niet over de moord aan de Klieverweg bericht. Wel zijn er verschillende artikelen uit 1948 en 1949 te vinden die de rechtszaak beschrijven tegen de Duitse commandant die ervoor verantwoordelijk werd gehouden: Jürgen Hinrichsen. Hij was tijdens de oorlog gestationeerd in de regio en werd vanwege zijn smalle gelaat ook wel ‘het Scheermes’ genoemd.

Foto van de arrestatie van Jürgen Hinrichsen, alias 'Het Scheermes'.

De arrestatie van Jürgen Hinrichsen op 8 mei 1945.
Foto: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

Of het Hinrichsen zelf was die de trekker overhaalde en daarmee het leven van Toon Kops en Jacob Slagter beëindigde, weet Ank niet zeker. “Hij is er in ieder geval met een groepje bij geweest”, zegt ze. “Hij heeft de bevelen gegeven. Omdat hij zich bedreigd voelde, zo zou hij in verhoren hebben verklaard.” Dat valt ook te lezen in een verslag in de Alkmaarsche Courant van 4 november 1948:

Passage uit een artikel uit de Alkmaarsche Courant, 1948.

De rechter achtte Het Scheermes later schuldig en veroordeelde hem inderdaad tot de doodstraf. Hij zou, naast de moord op Kops en Slagter, ook de dood van verzetsheld Marten Snoodijk en het opsporen van onderduikers op zijn geweten hebben. De doodstraf werd echter al gauw omgezet in levenslang en later zou Hinrichsen helemaal vrijgelaten worden en over de grens met Duitsland worden gezet. Sindsdien is van ‘de schrik van Wieringermeer’ nooit meer wat vernomen.

Begraven in de blubber

De belangrijkste aanleiding voor de zoektocht van Ank en Claudien was de grote onduidelijkheid over de plek waar het lichaam van Toon Kops zou zijn begraven. “Na zijn dood kon hij natuurlijk niet meteen afgevoerd worden, dus hebben ze hem eerst in de greppel en vervolgens in een hok vlakbij een boerderij gegooid”, vertelt Ank. “De volgende dag hebben ze hem samen met die achterbuurman op een open wagen gesmeten. Toen is hij Middenmeer gebracht, waar ze hem na 2 dagen in de grond gooiden. In een kuil, zonder kist, helemaal niks. Dat hoefde allemaal niet. Want het waren schweinhunden.”

“Ze gooiden hem gewoon zonder kist in een kuil,
want het waren schweinhunden.”

Enige tijd later, op 17 april 1945, bliezen de Duitsers de Wieringermeerdijk op en kwam het gebied onder water te staan. De echte reden daarvoor is nooit echt duidelijk geworden, maar waarschijnlijk zouden de Duitsers hiermee hebben willen voorkomen dat de geallieerden er luchtlandingen konden uitvoeren. In deze video is goed te zien hoe groot de impact van deze Duitse wanhoopsactie was:

De onderwaterzetting zorgde er ook voor dat het achterhalen van de locatie waar Toon Kops zou zijn begraven werd bemoeilijkt. “Ze lagen daar gewoon in de blubber”, vervolgt Ank. “Maar waar? Want van die hele begraafplaats was ook niks meer te zien. Dus toen is mijn tante, de zus van mijn vader, op de fiets vanuit Lisse naar Middenmeer gegaan. Daar heeft ze contact opgenomen met de politie en zij hebben uiteindelijk kunnen achterhalen waar hij waarschijnlijk begraven was. Mijn moeder wilde hem graag naar Lisse toe hebben, dus wij wisten niet beter dan dat hij uiteindelijk in Lisse herbegraven was. Uiteindelijk bleek dat allemaal niet waar te zijn, want ons werd tijdens onze zoektocht jaren later steeds gezegd: ‘Nee, hij is hier niet. Hij is hier nooit naartoe gekomen.’”

Frustrerende zoektocht

Op meer informatie van familieleden hoefden ze niet te rekenen, vertelt Claudien. Zij wilden nooit over de kwestie praten. “Mijn oma heeft altijd haar mond gehouden. Waarom? Vraag het me alsjeblieft niet. We hebben het de hele familie gevraagd en gezegd: ‘Jongens, vertel het nou. Ze moet toch weten waar haar vader is en wat er is gebeurd?’ Maar ze hielden gewoon hun kop dicht. Ze wisten het en zeiden niks. Dat is zwaar frustrerend. En nu zijn ze allemaal dood.”

“Ze hielden gewoon hun kop dicht.
Ze wisten het en zeiden niks.”

Ook van gemeentes en archieven kregen Ank en Claudien keer op keer nul op rekest. “Je belandt steeds op een dood spoor, omdat je veel archieven niet in mag en bepaalde gegevens niet krijgt”, legt Claudien uit. “Er werd soms gezegd dat ik en zelfs mijn moeder er te ver vanaf staan. Dan denk ik: sorry hoor, we zijn de enige nabestaanden en mijn moeder is zijn kind, dus hoezo?”

Vermoedelijke laatste rustplaats van Toon Kops: de Agathakerk in Lisse

Ank: “We hoorden op een gegeven moment het verhaal dat hij toch in Lisse begraven zou zijn, bij de Agathakerk. Deze heeft ook een archief, dus hebben we ze gebeld en zijn we er naartoe gegaan. Ze zouden het allemaal nakijken, maar iedereen zei: ‘we willen wel, maar er is niks’. Dan denk je bij jezelf: heb ik me het nou allemaal verbeeld? Is het een droombeeld? Ik wist bij mijn weten namelijk nog precies dat ik bij die herbegrafenis stond en zelfs welke jurk ik droeg. Dan ga je aan jezelf twijfelen en dat is natuurlijk heel frustrerend.”

Het verlossende antwoord

Halverwege 2018 kregen Ank en Claudien een telefoontje van Ruud Mosk, politie-inspecteur en onderzoeker bij de Werkgroep Vermiste Personen Tweede Wereldoorlog. Hij hielp Ank en Claudien lange tijd met het vinden van informatie over de herbegrafenis van Toon Kops. Ank: “Hij had van de Agathakerk de brief gekregen waarin zwart-op-wit stond dat mijn vader toentertijd inderdaad is herbegraven in Lisse. Dat was echt een emotioneel moment en een enorme opluchting. Eindelijk hadden we het langverwachte antwoord op onze belangrijkste vraag.”

Nu deze vraag na ruim twintig jaar eindelijk is beantwoord, staat de zoektocht naar meer informatie op een laag pitje. “We hebben nog steeds wel vragen en er zijn nog steeds veel open eindjes, maar het belangrijkste raadsel is opgelost”, zegt Ank. “Ik heb niet bij een lege kist gestaan, hij is inderdaad herbegraven. En de rest… misschien komen we er ooit achter, misschien niet. Het zij zo.”

Sander van Veen

Naast fotograaf ben ik ook tekstschrijver en journalist, dus daarom vind ik het leuk om af en toe wat te schrijven. Mijn blog wordt zo nu en dan aangevuld met een nieuw artikel, volg me op social media als je daarvan op de hoogte wil blijven!

Laat weten wat je van dit artikel vindt!

Je e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.